Beleidsplan

Beleidsplan Stichting Klas op Wielen

2011-2016 Alkmaar, mei 2011

De stichting Klas op Wielen heeft voor de komende jaren een voorlopig beleidsplan gemaakt. Daarin kunt u de koers voor de komende 5 jaar lezen. Met de Oudercommissie wordt jaarlijks beoordeeld of die koers aangepast moet worden. We willen het beleid namelijk met de ouders van de kinderen samen opstellen en uitvoeren. U kunt het beleidsplan ook als pdf-bestand openen in een nieuwe pagina.

Doelen van de stichting:

  1. Het bieden van kwalitatief goede ontwikkelingsstimulatie en zorg aan kinderen met ernstig meervoudige beperkingen
  2. Het bevorderen van dagelijks terugkerende contacten tussen kinderen met en zonder ernstig meervoudige beperkingen
  3. Meewerken aan (de ontwikkeling van) methodes gericht op goede ontwikkelingsstimulatie en zorg aan mensen met ernstig meervoudige beperkingen.

Activiteiten:

Om deze doelen te bereiken gaat de stichting onder andere onderstaande activiteiten ontwikkelen:

  1. Aanbieden van kwalitatief goede ontwikkelingsstimulatie en zorg aan kinderen met (ernstig) meervoudige beperkingen, binnen reguliere scholen.
  2. Voorlichting geven over doelstelling en activiteiten van de stichting.
  3. Meewerken aan (wetenschappelijk) onderzoek.


  

Definitie van de doelgroep, door het Centrum Consultatie en Expertise (CCE):

Bij ernstig meervoudige beperkingen (EMB) is gelijktijdig sprake van:

  • een ernstige verstandelijke beperking, met een cognitieve leeftijd minder dan twee jaar (waarbij wordt opgemerkt dat deze leeftijd met de bestaande diagnostische instrumenten eigenlijk niet goed te meten is);
  • een ernstige motorische beperking (niet zonder hulp zichzelf kunnen voortbewegen, veelal ook niet zonder ondersteuning kunnen staan/zitten). Voor beide beperkingen geldt dat zij niet het gevolg zijn van veroudering of NAH (niet aangeboren hersenletsel)

Voorts is er veelal sprake van zintuiglijke beperkingen (meer dan 60% is ernstig slechtziend of blind en meer dan 30% is ernstig slechthorend of doof). Ook kenmerkt deze doelgroep zich door het hebben van lichamelijke aandoeningen en ziekten en hierdoor een grote lichamelijke kwetsbaarheid. De risicogebieden zijn vooral: epilepsie, spijsvertering (GORZ, obstipatie), slikproblematiek, longen (verminderde longfunctie, recidiverende infectie), huidproblemen (allergieën, eczeem) en slaapstoornissen. De prevalentie hiervan varieert van 30% tot 65%; voor de epilepsie gaat het om 70 à 80%. Het voorgaande leidt tot een sterk verminderde tot totale afwezige zelfredzaamheid en vooral ernstige beperkingen in de mogelijkheden tot communiceren. Hierdoor zijn deze mensen sterk afhankelijk van hun omgeving en doen zij voortdurend een beroep op de omgeving. In de dagelijkse zorg en ondersteuning worden de moeilijkheden op het gebied van de communicatie vaak als het meest centrale element ervaren. Men zou kunnen zeggen dat deze mensen een leven leiden bij de gratie van de ouder/ondersteuner als intermediair; de ouders/ondersteuners moeten telkens achterhalen wat de betrokkene wil of niet wil, belangrijk vindt en niet belangrijk vindt, etc. Tegelijk moeten zij de wereld op een (individueel) aangepast niveau aanreiken: wat kan en wat kan niet, wat is er te beleven, etc. Bij mensen met EMB kan men de beperkingen niet simpel optellen en men kan het ook niet zien als dat de ene beperking het gevolg is van de andere. Er is sprake van een negatieve wisselwerking van de beperkingen en van het feit dat de beperkingen elkaar versterken. Vooral het conflicteren van compensatiemogelijkheden is hierbij het belangrijkste fenomeen. Door deze gegevens ontstaat een nieuw beeld, een geheel eigen bestaanswijze.

Deze groep kinderen met EMB krijgt op dit moment meestal geen onderwijs, maar (zinvolle) dagbesteding binnen Kinderdagcentra (in onze regio ook vaak Orthopedagogische Dagcentra genoemd). Er is bijna altijd een “ontheffing van de leerplicht”, en de dagcentra worden vanuit de AWBZ gefinancierd.

Onderscheiden, en doen wat je zegt

Er zijn veel organisaties en zorginstellingen die ondersteuning bieden aan kinderen met ernstig meervoudige beperkingen (EMB). Vaak valt in hun beleidsstukken te lezen dat zij zich ook richten op het “zichtbaar worden en meedoen in de maatschappij”.

In de praktijk volgen deze kinderen hun dagbesteding echter bijna altijd binnen specialistische voorzieningen, en zijn er geen dagelijkse contacten met kinderen zonder beperkingen.

De stichting “Klas op Wielen” wil vanaf het begin de daad bij het woord voegen, en de ontwikkelingsstimulatie voor kinderen met EMB alleen bij reguliere scholen vormgeven.

Uiteraard vragen kinderen met EMB om aangepaste voorzieningen, zoals rolstoeltoegankelijke deuren en gangen, tilvoorzieningen en veilige plekken waar zij verzorgd kunnen worden. Net zoals bij elk ander specialistisch kinderdagcentrum zijn deze zaken bij ons in ruime mate aanwezig.

Filosofie

Bijna alle kinderen gaan tot en met hun 12e jaar naar de zelfde basisschool. Meestal in de buurt waar zij ook wonen. Of een kind later staatssecretaris van onderwijs wordt of vakkenvuller bij de Vomar: de basisschool bezoeken ze samen.

Het is niet goed dat daar voor de groep kinderen met EMB een uitzondering gemaakt wordt. Als volwassene wordt van iedereen verwacht dat hij/zij “normaal” omgaat met mensen die gedurende de hele kindertijd van hen gescheiden zijn gehouden. Dat lukt dan ook meestal niet.

Door kinderen met en zonder beperkingen dagelijks bij elkaar te laten zijn zal de “vervreemding” minder worden: “Een school die leert dat in principe niemand wordt buitengesloten, bereidt voor op een samenleving waarin niemand wordt buitengesloten”

  • Kinderen met EMB kunnen profiteren van andere kinderen van een basisschool. Extra handen die kunnen helpen, extra stemmen die kunnen zingen en voorlezen. Kinderen met EMB kunnen door hun beperkingen zelf weinig in gang zetten. Meebeleven van activiteiten en sfeer kunnen ze echter meestal uitstekend! De ervaringen die inmiddels zijn opgedaan met contacten tussen kinderen met en zonder EMB, laten zien dat de kinderen met EMB alerter worden. Die alertheid is een voorwaarde voor welke ontwikkeling dan ook.
  • Kinderen zonder EMB realiseren zich dat er kinderen zijn die heel anders zijn dan zij, maar er wel gewoon bijhoren. En dat die kinderen dezelfde basisbehoeften hebben als zij.
  • Ouders van kinderen met EMB zullen met hun kind in de eigen omgeving minder “nagestaard” worden als hun kind ook in die omgeving naar school gaat. Dit is een niet te onderschatten effect van deze werkwijze.

Ouders zouden hun kinderen met en zonder EMB naar dezelfde school in de buurt van hun woning moeten kunnen laten gaan. Op zijn minst zou er in elke grote plaats 1 school moeten zijn waar zij voor al hun kinderen een goede plek kunnen vinden. De praktijk is bedroevend anders, en daar moet verandering in komen!

Duidelijk is dat zorgorganisaties dit tot nu toe niet doen, op een enkele mooie uitzondering na. Duidelijk is ook dat scholen hiertoe niet het initiatief nemen. Als er gedacht wordt aan kinderen met een beperking, dan gaat het niet om de groep kinderen met ernstige meervoudige beperkingen. Dat is ook niet zo raar omdat deze kinderen meestal een ontheffing van de leerplicht hebben gekregen. Alleen daardoor krijgen ze namelijk toegang gekregen tot volledige dagbesteding vanuit de AWBZ.

Termen als “ontheffing van de leerplicht” en “dagbesteding” zijn ongewenst. Het gevaar li gt namelijk op de loer dat er direct minder verwacht wordt van ontwikkelingsstimulatie. En dat er daarom vervolgens minder aan ontwikkelingsstimulatie gedaan wordt. Voor deze kinderen met EMB kan het stellen van te hoge eisen aan (werken aan) ontwikkelingsstimulatie inderdaad leiden tot overprikkeling en frustratie. Maar het stellen van te lage eisen aan ontwikkelingstimulatie leidt tot het niet benutten van de mogelijkheden die het kind wel in zich heeft. Dit laatste komt veel vaker voor dan het eerste.

Uiteraard zijn te hoge en te lage eisen ongewenst, en is het zoeken naar ontwikkelingsstimulatie op de maat van het kind. Bijna alle zorgaanbieders spreken daar van. De praktijk is echter dat er aan veel voorwaarden voldaan moet worden, en dat dit lang niet altijd lukt. De belangrijkste voorwaarde is individuele tijd voor activiteiten met elk kind, terwijl de “zorg” al een groot deel van de dag in beslag neemt.

Invulling en werkwijze

De stichting “Samen Klas op Wielen” gaat op de volgende wijze te werk om de ontwikkelingsstimulatie zo goed mogelijk vorm te geven:

  1. Hoge bezetting. Door de overhead enorm te beperken wordt het mogelijk om de bezetting per kind hoger te houden dan elders. Per 5 kinderen werken we met 2 goed gekwalificeerde begeleiders, en 1 stagiaire. Dit maakt mogelijk dat we vaak individueel kunnen werken met een kind, en individueel werken is bij deze kinderen bijna een voorwaarde om maatwerk te kunnen leveren.
  2. Plancius programma. We gebruiken een programma dat gerichte observaties koppelt aan direct toepasbare activiteiten. Dit biedt ondersteuning bij het plannen van activiteiten van binnenkomst van de kinderen tot vertrek. Het programma is gebaseerd op afstemming tussen CED-Groep, Vijfwijzer/ Ecowyn, Seminarium voor Orthopedagogiek (OVM), SLO en KPC. De CED-groep is “eigenaar” van de methode. De stichting Klas op Wielen heeft sinds 14 maart 2011 toegang tot de website en data-base.
  3. Alertheid. Door gericht de aanwezigheid, aanrakingen en geluiden van de andere kinderen van de school in te zetten kunnen we de alertheid van onze kinderen vergroten. Per kind wordt in beeld gebracht wat precies werkt voor hem/haar. Met de grotere alertheid nemen de kansen op ontwikkeling toe.
  4. Voorbeelden. In sommige gevallen zullen onze kinderen met EMB kunnen profiteren van de voorbeeldfunctie van de andere kinderen van school. Als ze die voorbeelden gaan proberen te imiteren kunnen we daar direct met onze ondersteuning op inspringen.
  5. Techniek. Ontwikkelingen op het gebied van ontwikkelingsstimulatie voor kinderen met EMB worden nauwlettend gevolgd. Dit kunnen behandelingsvormen en therapieën zijn, maar ook technische voorzieningen. Als dit kansen lijkt te bieden voor een of meer kinderen wordt er zo snel mogelijk mee aan de slag gegaan, of wordt het apparaat aangeschaft. Een van die voorzieningen betreft de “Therapeutic Movement Simulation” (TMS), wat beelden die op de TV te zien zijn vertaald in een “beweegspoor”. Het is daarmee mogelijk om kinderen veel intenser te laten kijken naar beelden van bijvoorbeeld paardrijden, en een groot appel te doen op hun houding en evenwicht tijdens het kijken. Er zijn met de leverancier afspraken gemaakt om deze voorziening vanaf eind 2011 te kunnen gebruiken.
  6. Multidiciplinair werken, inschakelen deskundigheid op maat. De kinderen die door Klas op Wielen worden ondersteund hebben vaak een ingewikkeld scala van beperkingen/handicaps. De “vaste” begeleiders worden dan ook aangesteld op basis van een goede, gerichte opleiding en voldoende ervaring/kennis. In dit vaste team werken in ieder geval een verpleegkundige en fysiotherapeut. Daarnaast zal er geregeld gebruik gemaakt worden van specifieke deskundigheid, die we per kind vaststellen met de ouders, en vervolgens inhuren. Dit is goed mogelijk in samenwerking met Esdégé-Reigersdaal, zij beschikken over een grote groep inhoudelijk deskundigen die we op uurbasis kunnen inhuren.Ook geregelde inschakeling van het CCE (landelijk centrum consultatie en expertise) is uitdrukkelijk de bedoeling, om te voorkomen dat er te lang op een verkeerde manier met een kind wordt gewerkt. Daarnaast wordt er samengewerkt met een ortho-agogische muziekbegeleider, die zich gespecialiseerd heeft in het werken met deze doelgroep kinderen. (Met haar gaan we de individueel gerichte doelen per kind ook weer proberen te bereiken in combinatie met de “reguliere” kinderen van de basisschool) De stichting Perspectief zal worden gevraagd om ons minimaal eens per 2 jaar te toetsen op de behaalde resultaten (ten opzichte van onze doelstellingen)
  7. Efficient werken. Tijdsbesparing in de zorg is noodzakelijk, en goed mogelijk. Vaak om kosten te besparen, maar in ons geval vooral om deze tijd gelijk weer in te zetten voor de (individuele) aandacht voor de kinderen. Bijvoorbeeld door “verzorgend wassen”, dat ruim 25% tijd scheelt ten opzichte van het klassieke wassen en afdrogen. Ook bij de dagelijkse informatie over de kinderen tussen thuis en school zal gekeken worden naar een zeer efficiënte werkwijze.

Voortraject

Er is door het eenmansbedrijf “PGB-school” tussen januari 2009 tot eind maart 2011 voorwerk verricht. Er hebben gesprekken met wethouders en beleidsmedewerkers van gemeente Alkmaar plaatsgevonden, evenals gesprekken met directeuren van basisscholen en bovenschoolse besturen. Daarnaast is er met Woonwaard en Esdégé-Reigersdaal overleg geweest over een nieuw te bouwen Brede School in de wijk Oud Overdie. Zorginstanties zoals MEE, integrale vroeghulp, Heliomare vroegbehandeling, kinderrevalidatiearts uit het MCA en diverse paramedici zijn op de hoogte gesteld van het streven om binnen een basisschool een start te maken met een groep voor kinderen met ernstig meervoudige beperkingen. Er is overleg geweest met een van de directeuren van HLB-Schippers over de meest wenselijke rechtspersoon voor de doelen die nagestreefd worden. Hieruit is de oprichting van de stichting Klas op Wielen voortgekomen.

Stand van zaken op dit moment, eind mei 2011

  1. Leerkrachten en directie van de St. Matthiasschool zijn positief over een project met kinderen met ernstig meervoudige handicaps in hun school.
  2. Esdégé-Reigersdaal wil zich garant stellen voor de continuïteit van de dienstverlening aan de kinderen met ernstig meervoudige handicaps binnen dit project, ook als de Matthiasschool en het project overgaan naar de nieuwe behuizing in de Brede School.
  3. Bij de tekeningen van die Brede School worden wij als volwaardige partner betrokken, op basis van ons plan van eisen. De verwachtte oplevering van de Brede School is eind 2013.
  4. Na de zomervakantie (september 2011) wordt een start gemaakt met het project, binnen een noodlokaal dat naast de Matthiasschool gesitueerd is.
  5. De stichting Klas op Wielen is opgericht, bestuursleden zijn bekend.
  6. Diverse fondsen hebben inmiddels voor ruim € 42.000 subsidie toegezegd. Een fonds heeft al betaald, en de overeenkomst met de grootste sponsor NSGK wordt binnenkort ondertekend.
  7. Het tijdschrift voor gezinnen met een zorgintensief kind “Lotje & Co” heeft in het laatste (april)nummer uitgebreid aandacht besteden aan deze manier van werken.

Periode april 2011 - september 2011

  1. De stichting “Klas op Wielen” start met de werkzaamheden, en de eenmansonderneming “PGB-school” wordt eind dit jaar opgeheven.
  2. Vanuit de opbrengsten van de PGB-school in 2009 en 2010 is een bedrag gereserveerd voor het starten van een groep kinderen met ernstig meervoudige handicaps bij de basisschool St Matthias in Alkmaar. Dit bedrag is samen met de toegekende gelden van de sponsors het startkapitaal van de stichting “Samen Klas op Wielen”.
  3. Met Esdégé-Reigersdaal is een samenwerkingsovereenkomst op inhoudelijk en financieel vlak.
  4. Na de zomervakantie starten we met de hierboven genoemde groep.
  5. Voor ouders van de basisschool wordt een kennismakingsfolder geschreven.
  6. Aangeschreven fondsen worden op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen. Nieuwe fondsen en subsidiegevers worden aangeschreven.
  7. Alle mogelijke verwijzers van kinderen uit de beoogde doelgroep worden op de hoogte gesteld, en zij worden verzocht om ouders hierover te informeren.
  8. Medewerkers worden aangesteld. Contracten worden opgesteld met in achtneming van de onzekere omvang van de werkzaamheden aan het begin.
  9. Het lokaal wordt eind augustus ingericht met ergonomische voorzieningen.
  10. Er wordt een aanvraag gedaan om als stichting ook diensten in “Zorg in Natura” aan te kunnen bieden.

Periode september 2011- september 2012

  1. Het groepje bij de St. Matthiasschool start. Er wordt enerzijds goede ontwikkelingsstimulatie en zorg gegeven in ons eigen lokaal, en anderzijds gezocht naar geschikte momenten om binnen de rest van de school activiteiten mee te beleven. Met ouders vinden geregeld korte evaluaties plaats over de ontwikkelingen van hun kind. Voor zowel de zorg en ontwikkelingsstimulatie aan de kinderen, als de evaluaties met ouders wordt gebruik gemaakt van het Plancius Programma.
  2. Met school wordt geregeld gekeken hoe de samenwerking verloopt, en snel bijgesteld waar nodig.
  3. Per kind wordt bepaald welke aanvullende inhoudelijke expertise er nodig is, en hoe deze in te zetten.
  4. De voorbereidingen richting de (bouw van de) Brede School gaat door. Samenwerking met de kinderopvang en het buurthuis wordt ingezet, evenals met de wijkkinderboerderij ‘d Oosterhout.
  5. Door extra fondsenwerving worden de ontwikkelingsmaterialen uitgebreid. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de aanschaf van het TMS-apparaat.
  6. Gekeken wordt of er Visio oefengroepjes in ons lokaal kunnen werken, in plaats van dat de kinderen uit Alkmaar daarvoor naar Heerhugowaard moeten. Dit geldt ook voor allerlei andere oefen en behandelgroepjes voor kinderen met ernstig meervoudige handicaps.
  7. Er wordt een toelating als zorginstelling voor de AWBZ geregeld, en worden met het zorgkantoor inkoopafspraken gemaakt.
  8. Geregeld wordt voorlichting gegeven over deze manier van werken met deze kinderen.

Periode september 2012- september 2016

  1. Het groepje kinderen gaat mee naar de Brede School, en samenwerking binnen die accommodatie met alle andere gebruikers wordt geïntensiveerd.
  2. Met (bijvoorbeeld) het Petrus Canisius College in Alkmaar wordt onderzocht of er ook een groepje voor 13 tot 20 jaar kan starten bij hun VMBO afdeling.
  3. De behoefte aan zaterdagopvang en/of andere diensten die vanuit de locatie kunnen worden aangeboden worden aan kinderen met ernstig meervoudige beperkingen worden onderzocht, en waar nodig en mogelijk gerealiseerd.
  4. Geregeld wordt voorlichting gegeven over deze manier van werken.